Ik had een paar lastige dagen. Het teneur denken nam me over. Vooral veel lastige, nare gedachten over mezelf hadden de boventoon.
Totdat ik de sterrenhemel zag. De sterren fonkelden en leken met elkaar te spelen. Af en toe kwam een ster naar me toe en daagde me uit om ook mee te spelen. Het voelde fijn om de saamhorigheid te voelen.
Elke ster uniek in het grote geheel
Toen ik opnieuw naar boven keek zag ik dat iedere ster op zich alleen was. Ieder had zijn eigen unieke model en uitstraling. En toch waren ze samen een groot geheel.
En ik mocht er bij zijn. In hoeverre sluiten wij onszelf buiten terwijl we er altijd bij horen?



